8 juni 2021 

Hoe ga ik om met een boos kind?

Daar sta je dan, midden in de ijszaak. Je kind ligt schreeuwend op de grond omdat “één bolletje meer dan genoeg is”. 

Voor sommige kinderen is het moeilijk om hun woede of frustratie onder controle te houden. Dit kan voor driftbuien bij kleine kinderen of woedeaanvallen bij wat oudere kinderen veroorzaken.

Het nut van boos zijn

Boze emoties komen niet uit de lucht vallen. Elk gedrag komt voort uit een behoefte. In die zin heeft elk gedrag een positieve intentie, daar kun je vanuit gaan. Gedrag laten we zien om een bepaald doel te bereiken. Gezien vanuit het perspectief van het kind, is het dus nuttig om boos te worden. Een boze bui kan er ook voor zorgen dat je je grenzen laat zien. Op deze manier helpt boosheid je grenzen te laten zien. Bovendien kan boos zijn zorgen voor ontlading, misschien herken je het als ouder wel, frustraties die gedurende de dag oplopen die er dan even uitkomen. Dat kan opluchten.

Reageren op boze buien

Beeld jezelf even een ijsberg in, het topje van de ijsberg, dat is wat je kind laat zien. Oftewel, de zichtbare uiting van onderliggende processen. In de onderkant van de ijsberg zit vaak veel meer in dan wat er daadwerkelijk uitkomt. Houd er dus rekening mee dat als je als ouder niet alleen reageert op de driftbui of woedeaanval van je kind en hierbij de onderliggende processen negeert. 

Als een kind boos is, is het kind overprikkeld. Als je overprikkeld bent, zorgt dit ervoor dat je ‘op slot’ gaat als het ware, je kan dan geen nieuwe informatie meer tot je nemen. Dit verklaart waarom kinderen lastig benaderbaar zijn tijdens een boze bui. Een goed gesprek aangaan tijdens een woedeaanval of driftbui heeft dus geen zin, want alles wat je tijdens dat gesprek zegt nemen ze niet in zich op.

Op de trap zetten? Huisarrest geven? Zinloos. Een kind straffen voor het feit dat ze boos worden/zijn is als met je handen een waterval tegenhouden. Zolang je de onderkant van die ijsberg, de onderliggende processen niet aanpakt, zal het water blijven stromen. Als de reden voor woede aanhoudt, zal het snel weer exploderen.

Straffen helpt niet, praten is te vroeg, wat dan wel? Geef je kind tijdens een woedeaanval of driftbui even de ruimte om uit te razen. Houd hierbij in je achterhoofd dat ze dit gedrag vertonen om een punt te maken, een doel te behalen. Ga vervolgens in op de onderliggende processen van de ijsberg. Ga bij jezelf na wat er eventueel gebeurd zou kunnen zijn, wat de aanleiding is die eventueel zou kunnen leiden tot dit boze gedrag. Als je merkt dat je kind het heeft opgegeven, zou je hierop in kunnen gaan. Neem hierin vooral een ondersteunende rol en en probeer (in realistische mate) te erkennen wat je kind op tafel legt.

Tips

Hieronder nog een aantal tips die je extra zou kunnen toepassen wanneer je kind boos is:

  • Zorg ervoor dat je kalm blijft en spreek met een rustige stem.
  • Vertel uw kind dat hij boos zal zijn. Als dit gebeurt, zeg hem dan niemand te raken of iets te vernietigen.
  • Luister naar je kind en zeg wat je denkt te hebben gehoord en gezien, bijvoorbeeld: “Ik denk dat je boos bent omdat…” of “Ik denk dat jij ook met Nadia wilt spelen…”
  • Creëer een plek waar je kind boos kan en mag zijn, zoals een paar kussens op de bank, zodat hij zichzelf geen pijn doet.
  • Geef niet teveel aandacht tijdens een woedeaanval of driftbui.
  • Oordeel niet, maar geef wel duidelijk aan dat je veel moeite hebt met de toon/manier waarop er tegen je gesproken wordt.
  • Als de boze bui voorbij is, praat je samen over wat er is gebeurd. Vraag je kind dan om het je te vertellen en stel zelf vragen. Wat is er gebeurd? Hoe voel je je nu? Hoe kunnen wij u helpen? Bespreek samen hoe je de volgende keer dingen anders aan zou kunnen pakken. 
Over de schrijver
Stagiaire bij Brasa & ChildFirst
Reactie plaatsen

arrow_drop_up arrow_drop_down